Toen het karpervissen me volledig in zijn greep kreeg
Wanneer één aanbeet een gewone visdag verandert in een weg waar je niet meer van terug wilt.
Zoals ik in het vorige artikel schreef, gaan mijn eerste stappen in het vissen terug tot mijn heel jonge jaren. Eigenlijk had ik, zolang ik me de wereld kan herinneren, al een hengel in mijn hand en zat ik in de tuin bij de rivier de Ploučnice. Voor mij was dat toen iets volkomen natuurlijks. Anderen speelden op het veldje, ik keek naar de dobber en wachtte af wat er onder het wateroppervlak zou bewegen.
Na verloop van tijd begonnen we ook naar de Elbe te gaan. En nog steeds was het dat klassieke vissen op alles wat voorbij zwom. Gepoft maïs, maïs, gestoomd broodje, pasta. Het toppunt van de tactiek van toen waren vier maïskorrels op de haak. Jarenlang viste ik het grootste deel van de tijd met de feeder en was ik tevreden. Van boilies wist ik wel af, maar niemand in mijn omgeving viste ermee, dus het trok me niet bijzonder.
Maar toen kwam mijn vriend Fanda. Hij vertelde me dat hij na jaren weer zou gaan vissen en dat we samen op pad konden gaan. Van het een kwam het ander en ineens zaten we bij ons op de “Husárna” en maakten we plannen voor de volgende sessies.
Na een paar gezamenlijke sessies vertelt Fanda me dat hij een goede vriend heeft, Standa. Die vangt naar verluidt grote vissen op de Elbe, vooral meervallen, en begint met vissen met een kwakhout. In die tijd was dat bijna magie. Slechts een paar mensen in het land konden het, of in elk geval maar een paar van degenen die je in tijdschriften en op internet kon zien.
Mijn antwoord was snel en duidelijk:
“Regel het dan.” 😀
En het duurde niet lang voordat ik aan de Elbe stond met mijn naamgenoot Standa en zijn vriend Mára. En juist Mára was voor honderd procent een karpervisser.
Er volgden een paar gezamenlijke sessies, waarin ik alles probeerde wat zij al goed onder de knie hadden. Het meervalvissen, het zware karpervissen, dingen die ik tot dan toe alleen uit tijdschriften en video’s kende. Ik stond het grootste deel van de tijd alleen maar te kijken, schudde mijn hoofd en zoog alles wat nieuw was in me op. Het was ongelooflijk.
Alleen was het in mijn hoofd één grote warboel.
Met Mára op karper gaan?
Of met Standa op meerval?
Het duurde even voordat alles op zijn plek viel. Ongeveer één à twee seizoenen lang zocht ik wat nu eigenlijk mijn weg was. Pas na verloop van tijd besefte ik dat juist het karpervissen me het meest trok.
Het seizoen 2014 brak aan en ik sprak met Mára af voor een weekend aan de Elbe. In het begin heeft hij me enorm geholpen. Hij liet me knopen, onderlijnen en de basisprincipes zien, en bovenal gaf hij me ervaring mee die me een paar jaar zoeken bespaarde.
De eerste nacht gebeurde er niets.
Maar de tweede nacht kwam het.
Mijn eerste gerichte aanbeet op boilies.
Dat moment vergeet ik nooit. Ik tilde de hengel op en de vis ging er gewoon vandoor. Ik keek er vol ongeloof naar. Meerdere keren zei ik tegen Mára dat ik ergens vast moest zitten, dat dit toch niet mogelijk was. En hij lachte alleen maar. Je zag dat hij blij was.
“Nee, het is goed. Het is gewoon een grote, sterke vis.”
Na enkele tientallen minuten lukte het me om de karper te landen. En ik kon het nog steeds niet geloven.
Het was gelukt.
Ik had een karper van 14 kilo.
Een ongelooflijke vreugde. De foto, snel weer terugzetten en toen kwam er een gevoel dat moeilijk te beschrijven is. In mijn hoofd viel alles op zijn plek en je weet dat je dit keer op keer wilt meemaken. Dat je er beter in wilt worden. Niet voor internet, niet voor sociale media, niet voor de bewondering van anderen.
Maar om dat gevoel.
Niet iedereen hoeft dat zo te hebben. Maar wanneer je zoiets vindt, ben je een gelukkig mens. Niet altijd. Maar op die momenten zeker. En later ook, wanneer je eraan terugdenkt.
Natuurlijk zat daar ook een stuk beginnersgeluk in. Daarna kwamen er een paar jaren waarin het niet wilde lukken en het een strijd was. Maar in mijn hoofd stond het goed. Tegenslagen duwden me niet weg van het water. Integendeel, ze trokken me er juist nog meer naartoe. Ik wilde begrijpen waarom het niet lukte.
Maar vandaag weet ik dat ook dit niet altijd juist is. Soms is het beter om een stap terug te doen. Afstand te nemen. De dingen te laten rijpen.
Want iedere visser maakt een periode door waarin hij te veel forceert. Hij wil meer, sneller, meteen. Tot hij na verloop van tijd ontdekt dat er juist iets begint te veranderen op het moment dat hij stopt met duwen.
Opeens gaat alles beter.
Rustiger.
Natuurlijker.
Het is een weg die iedereen zelf moet gaan. Of in elk geval de meesten van ons.
En juist daarom weet ik vandaag één eenvoudig ding:
De weg is het doel.
De beste verhalen verspreiden zich in stilte. Van water naar water. Van visser naar visser. Sluit je aan bij degenen die verder gaan.
Krijg ook verhalen en content te zien die je nergens anders zult zien.
Berichten volgen