Ik herinner me de tijd dat vissen betekende: een rugzak op je rug en een emmer voer in je hand. Je ging te voet naar het water, of op de fiets. Ja, dat waren nog eens tijden.
Aan die momenten denk ik graag terug, net als aan het stalkend vissen. Alleen is er in die paar jaar veel veranderd. Het streven naar absolute flexibiliteit en comfort tijdens langere sessies heeft de uitrusting zo doen uitdijen dat alleen al het inpakken me bijna een hele dag kostte, en alles in mijn eentje in de auto krijgen was vrijwel onmogelijk.
Zo ben ik van een rugzakje, via een flinke hoeveelheid bagage (die nog net in één keer te dragen was), uitgekomen bij een uitrusting die alleen al voor mij anderhalve stationwagen vulde.
En ergens op dat punt was het klaar!
De laatste twee of drie jaar probeer ik een compromis te vinden tussen flexibiliteit, comfort en de hoeveelheid spullen die ik mee naar de waterkant sleep.
Elke keer dat ik inpak, probeer ik mijn spullen te sorteren in: nodig, misschien nodig en overbodig. Na die simpele selectie pak ik alleen het noodzakelijke in. Maar toch weet ik, als ik terugkom van het vissen, dat de helft van mijn uitrusting voor niets is meegegaan.
Zo is daaruit een soort persoonlijke strijd ontstaan. Misschien is het preciezer om te zeggen: een persoonlijk project.
“Hoe kan ik mijn uitrusting efficiënter en minimalistischer maken, maar wel op een verstandige manier?”
Ik begon met een analyse van de markt en ben daarna mijn uitrusting vanaf nul gaan samenstellen. Logisch. Stap voor stap.
Het criterium? Gewicht, formaat en, omdat ik gek ben, ook kleur, materiaal en stijl.
Dus waar begin je?
Boot, bivvy, stretcher? Eigenlijk maakt het niet uit. Als ik logisch en systematisch te werk wil gaan, moet ik alles aanpakken.